Onderzoekers Jari Louhelainen en David Miller beweren dat zij Jack the Ripper, de beruchte seriemoordenaar die eind 19e eeuw de wijk Whitechapel in Londen terroriseerde, eindelijk hebben ontmaskerd.
Een forensisch DNA-onderzoek identificeert Aaron Kosminski, een 23-jarige Poolse kapper, als Jack the Ripper. Hij zou tussen augustus en november 1888 minstens vijf vrouwen in de wijk Whitechapel in Londen hebben gedood.
Op 31 augustus 1888 werd het lichaam van Mary 'Polly' Nichols gevonden in de armoedige straten van de Londense wijk Whitechapel. Iets meer dan een week later sloeg de moordenaar opnieuw toe. Eliza Ann 'Annie' Smith lag dood en verminkt in een achtertuin.
Ineens ontving de politie een brief met gruwelijke details van de moord. De brief was gedateerd 25 september 1888, gericht aan 'Dear Boss'. Elizabeth 'Long Liz' Stride was het volgende slachtoffer.
Op 30 september 1888 viel het vierde slachtoffer: Catherine 'Kate' Eddowes. Op 8 november 1888 pleegde Jack the Ripper zijn laatste bekende moord op Mary Jane 'Black Kelly'.
De zaak bleef onopgelost. Tot onderzoekers DNA-onderzoek verrichtten op een zijden sjaal die naast het lichaam van Catherine Eddowes was gevonden. Door analyse van mitochondriaal DNA konden onderzoekers dit vergelijken met monsters van levende nakomelingen van het slachtoffer en de verdachte Aaron Kosminski.
Volgens de onderzoekers zijn de bevindingen de eerste systematische analyse op moleculair niveau van het enige overgebleven fysieke bewijs dat verband houdt met de Jack the Ripper-moorden.
Zelf een moordzaak oplossen?
Inspective biedt realistische cold cases met echt politiedossier en online crime database.
Bekijk alle dossiers →